Standaard van de Alaskan Malamute

(Erkend door de Federation Cynologique International (F.C.I.), Groep 5, Sectie 1, # 243 a.)

Algemeen beeld en kenmerken.

De Alaskan Malamute is een krachtige, stevig gebouwde hond met een diepe borst, een sterk, compact lichaam, niet te kort in de lendenen. Hij heeft een dikke stokharige bovenvacht, bestaande uit dekharen van voldoende lengte om de dicht ingeplante, wollige ondervacht, die wanneer de hond in volle vacht is 2,5 tot 5 cm. lang kan zijn, te beschermen.

Hij staat recht op zijn poten, deze houding drukt een grote levendigheid uit. Hij toont interesse en nieuwsgierigheid in zijn omgeving. Het hoofd is breed, de oren wigvormig, zij worden afgespitst wanneer de hond attent is. De snuit is fors, slechts weinig in breedte en diepte aflopend van de wortel tot de neus, niet spits of lang, maar ook niet stomp.

De Malamute beweegt zich met een trotse houding voort, het hoofd rechtop met levendige ogen. De aftekening op het gezicht is een kenmerkende eigenschap. Deze bestaat uit een kapje over het hoofd en de rest van het gezicht in een kleur, gewoonlijk grijsachtig wit, of een aftekening die op een masker lijkt. Combinaties van kap en masker zijn niet ongebruikelijk. De staart is rijk behaard en wordt over de rug gedragen, niet als een vossenstaart noch stijf gekruld, maar als een wuivende pluim.

Er zijn Malamutes in verschillende kleuren, maar gewoonlijk wolfsgrijs/wit of zwart/wit. Hun voeten worden het type  sneeuwschoen  genoemd, stevig aangesloten en groot met goede voetzolen, die een sterke, massieve indruk maken. De voorbenen zijn recht met zware beenderen. De achterbenen zijn breed en krachtig, matig gebogen in de kniegewrichten en zonder koehakken. De rug is recht en loopt geleidelijk van de schouders naar de heupen af. De lendenen mogen niet te kort of te smal zijn, waardoor een soepel onvermoeibaar gangwerk gehinderd zou kunnen worden. Lichaam en expressie drukken uithoudingsvermogen en schranderheid uit. De ogen lijken  wolfachtig  door hun plaatsing, maar de uitdrukking is zacht en wijst op een vriendelijke natuur.

Temperament.

De Alaskan Malamute is een aanhankelijke, vriendelijke hond, geen eenmanshond . Hij is een betrouwbare, opgewekte kameraad, die speelt als hij daartoe uitgenodigd wordt, maar indrukwekkend door zijn waardige houding wanneer hij eenmaal volwassen is geworden.

Hoofd.

Het hoofd drukt een grote mate van intelligentie uit. Het is breed en krachtig vergeleken met andere natuurrassen ; het dient echter in verhouding met de grootte van de hond te zijn, zodat hij er niet plomp of grof uitziet.

Schedel.

De schedel is breed tussen de oren; wordt naar de ogen geleidelijk smaller, matig gewelfd tussen de oren, wordt vlakker aan de top bij de ogen, verloopt rond naar de wangen die tamelijk vlak zijn. Er is een lichte groef tussen de ogen; de bovenlijn van de schedel en de bovenlijn van de snuit dienen waar zij samenkomen slechts een geringe stop te vertonen.

Snuit.

De snuit behoort groot en massief te zijn in verhouding tot de grootte van de schedel; slechts weinig verminderd in breedte en diepte, bij de verbinding van de schedel naar de neus. De lippen sluiten goed aan; neus is zwart; boven- en onderkaken met grote tanden. De snijtanden scharen, maar zijn nooit over- of onderbijtend.

Ogen.

De ogen zijn bruin, amandelvormig en matig groot. Ze zijn scheef in de schedel geplaatst, donkere ogen genieten de voorkeur.

Oren.

De oren zijn middelmatig groot, maar relatief klein in verhouding tot het hoofd. De bovenkant is driehoekig van vorm, aan de top enigszins rond. De oren staan aan de buitenkant van de schedel ver uit elkaar, waarbij het laagste deel van het oor op een lijn staat met de buitenste ooghoek, waardoor de oren wanneer zij rechtop gedragen worden, van de schedel lijken af te staan. Staan zij meestal rechtop dan zijn de oren enigszins naar voren gericht, maar bij het werken worden zij meestal naar achteren tegen de schedel gevouwen. Hoog op de schedel geplaatste oren zijn een fout.

Hals.

De hals is sterk en matig gebogen.

Romp.

De borst is sterk en diep; de romp is sterk en stevig gebouwd, maar niet te kort in de lendenen. De rug is recht en loopt langzaam naar de heupen af. De lendenen zijn goed gespierd en niet te kort zodat zij een soepel, ritmisch gangwerk met een stuwende drijving van de achterhand op geen enkele wijze hinderen. Lange lendenen die een rug verzwakken zijn een fout. Overtollig gewicht is ongewenst.

Schouders, benen en voeten.

De schouders zijn matig schuin; de voorbenen zwaar van bot en sterk gespierd. Recht tot de middenvoeten, die kort en sterk zijn en van opzij gezien bijna loodrecht. De voeten zijn groot en stevig, de tenen strak aaneengesloten en goed gebogen, de voetzolen dik en stevig, de nagels kort en sterk. Er moet een beschermende haargroei tussen de tenen zijn. De achterbenen, inclusief de dijen, zijn breed en krachtig gespierd; de kniegewrichten matig gebogen, brede, sterke spronggewrichten, matig gebogen en goed laag.

Van achteren gezien mogen de achterbenen niet de indruk maken dat de botten gebogen zijn, maar zij moeten staan en bewegen in de lijn van de beweging van de voorbenen, en niet te nauw of te wijd zijn. De benen van de Malamute moeten op buitengewone kracht en een geweldig voortstuwend vermogen wijzen. Enige aanwijzing van  unsoundness  in de benen of voeten, hetzij staande of bewegende, moet als een ernstige fout worden beschouwd. Hubertusklauwen aan de achterbenen zijn ongewenst, en moeten kort na de geboorte van de pups worden verwijderd.

Staart.

De staart is niet laag of hoog aangezet; bij de inplant volgt hij de lijn van de wervelkolom, hij is goed behaard, en wordt over de rug gedragen wanneer de hond niet werkt. Niet vast gekruld op de rug rustend, kort behaard of als een vossenstaart gedragen, maar meer gelijk (als) een wuivende pluim.

Vacht.

De Malamute moet een dikke stokharige bovenvacht hebben, niet te lang en te zacht. De vettige en wollige ondervacht is zeer dicht ingeplant, 2,5 tot 5 cm. Lang. De stokharige bovenvacht staat uit en vormt een dikke kraag om de hals. De bovenvacht varieert evenals de ondervacht in lengte. In het algemeen echter is de vacht van matig tot middellang langs de flanken en wordt langer om de hals, schouders, over de rug, de broek en de staart. Malamutes hebben gewoonlijk een kortere en mindere vacht wanneer zij  s zomers verharen.

Kleur en tekening.

De meest voorkomende kleuren variëren van zilvergrijs tot zwart met de daartussen liggende kleuren grijs. Altijd met wit op het onderlichaam, gedeelten van de benen, de voeten en delen van de gezichtsaftekening. Gezichtsaftekening moet of kap en/of maskerachtig zijn. Een witte bles op het voorhoofd en/of vlek in de nek is aantrekkelijk en aanvaardbaar, maar verschillende tekeningen over het lichaam in vlekken of onregelmatige vlekken is ongewenst. Men dient onderscheid te maken tussen een  mantelhond , en een gevlekte hond. De enige eenkleurige Malamute die is toegestaan is de geheel witte.

Afmeting en gewicht.

Er is een natuurlijke variatie in afmeting bij dit ras. De gewenste verhouding tussen schouderhoogte en gewicht voor de Malamute is;

 

Schouderhoogte       Reuen            25 inches (=63,5 cm.)       Teven            23 inches (=58,5 cm.)

Gewicht                                            85 Am. ponden (=38,5 kg.)                                 75 Am. Ponden (=34 kg.)

 

De beoordeling van de afmeting mag echter niet overheersen ten aanzien van type, verhouding en functionele kenmerken, zoals schouderligging, borstdiepte, voeten en gangwerk. Wanneer honden gelijk beoordeeld worden in type, lichaamsverhoudingen en functionele kenmerken, moet echter de nadruk gegeven worden aan de hond die de bovenstaande maten het best benaderd.

 

Belangrijk!

Bij het beoordelen van Alaskan Malamutes moet boven alles rekening gehouden worden met hun oorspronkelijke functie als sledehond voor zware vrachten. De keurmeester dient er rekening mee te houden dat dit ras in eerste instantie bedoeld is als de werkende hond van het Hoge Noorden, voor het trekken van zware vrachten. Daarom moet hij zware botten hebben, krachtig gebouwd zijn, met een stevig lichaam, de benen moeten  sound  zijn,  hij moet goede voeten hebben, een diepe borst, krachtige schouders, een gelijkmatig, evenwichtig en onvermoeibaar gangwerk, en de verdere lichamelijke kwaliteit die nodig is voor een doelmatige uitvoering van zijn werk.

Hij is geen  race sledehond, die wedijvert in snelheidswedstrijden met de kleinere noordelijke rassen. De Malamute is een sledehond met kracht en uithoudingsvermogen voor het trekken van zware vrachten. Iedere eigenschap, met inbegrip van temperament, die het volbrengen van deze taak in de weg staat, moet als een ernstige fout gezien worden. Fouten die hieronder vallen zijn;

Spreidvoeten, de minste aanwijzing van  unsoundness , of zwakte in de benen, koehakken, zwakke polsen, rechte schouders, gebrekkige hoekingen, stijf gangwerk of gangwerk dat niet vloeiend, sterk en regelmatig is, te iele bouw, te weinig borstdiepte, logheid, een te licht beendergestel, slechte algemene verhoudingen, etc.