(Erkend door de Federation
Cynologique International (F.C.I.), Groep 5, Sectie 1, #
De Alaskan Malamute is een
krachtige, stevig gebouwde hond met een diepe borst, een sterk, compact lichaam,
niet te kort in de lendenen. Hij heeft een dikke stokharige bovenvacht,
bestaande uit dekharen van voldoende lengte om de dicht ingeplante, wollige
ondervacht, die wanneer de hond in volle vacht is 2,5 tot
Hij staat recht op zijn
poten, deze houding drukt een grote levendigheid uit. Hij toont interesse en
nieuwsgierigheid in zijn omgeving. Het hoofd is breed, de oren wigvormig, zij
worden afgespitst wanneer de hond attent is. De snuit is fors, slechts weinig
in breedte en diepte aflopend van de wortel tot de neus, niet spits of lang,
maar ook niet stomp.
De Malamute beweegt zich
met een trotse houding voort, het hoofd rechtop met levendige ogen. De
aftekening op het gezicht is een kenmerkende eigenschap. Deze bestaat uit een
kapje over het hoofd en de rest van het gezicht in een kleur, gewoonlijk
grijsachtig wit, of een aftekening die op een masker lijkt. Combinaties van kap
en masker zijn niet ongebruikelijk. De staart is rijk behaard en wordt over de
rug gedragen, niet als een vossenstaart noch stijf gekruld, maar als een
wuivende pluim.
Er zijn Malamutes in
verschillende kleuren, maar gewoonlijk wolfsgrijs/wit of zwart/wit. Hun voeten
worden het type sneeuwschoen genoemd, stevig aangesloten en groot met
goede voetzolen, die een sterke, massieve indruk maken. De voorbenen zijn recht
met zware beenderen. De achterbenen zijn breed en krachtig, matig gebogen in de
kniegewrichten en zonder koehakken. De rug is recht en loopt geleidelijk van de
schouders naar de heupen af. De lendenen mogen niet te kort of te smal zijn,
waardoor een soepel onvermoeibaar gangwerk gehinderd zou kunnen worden. Lichaam
en expressie drukken uithoudingsvermogen en schranderheid uit. De ogen
lijken wolfachtig door hun plaatsing, maar de uitdrukking is
zacht en wijst op een vriendelijke natuur.
De Alaskan Malamute is een
aanhankelijke, vriendelijke hond, geen eenmanshond . Hij is een betrouwbare,
opgewekte kameraad, die speelt als hij daartoe uitgenodigd wordt, maar
indrukwekkend door zijn waardige houding wanneer hij eenmaal volwassen is
geworden.
Het hoofd drukt een grote
mate van intelligentie uit. Het is breed en krachtig vergeleken met andere
natuurrassen ; het dient echter in verhouding met de grootte van de hond te zijn,
zodat hij er niet plomp of grof uitziet.
De schedel is breed tussen
de oren; wordt naar de ogen geleidelijk smaller, matig gewelfd tussen de oren,
wordt vlakker aan de top bij de ogen, verloopt rond naar de wangen die tamelijk
vlak zijn. Er is een lichte groef tussen de ogen; de bovenlijn van de schedel
en de bovenlijn van de snuit dienen waar zij samenkomen slechts een geringe
stop te vertonen.
De snuit behoort groot en
massief te zijn in verhouding tot de grootte van de schedel; slechts weinig
verminderd in breedte en diepte, bij de verbinding van de schedel naar de neus.
De lippen sluiten goed aan; neus is zwart; boven- en onderkaken met grote
tanden. De snijtanden scharen, maar zijn nooit over- of onderbijtend.
De ogen zijn bruin,
amandelvormig en matig groot. Ze zijn scheef in de schedel geplaatst, donkere
ogen genieten de voorkeur.
De oren zijn middelmatig
groot, maar relatief klein in verhouding tot het hoofd. De bovenkant is
driehoekig van vorm, aan de top enigszins rond. De oren staan aan de buitenkant
van de schedel ver uit elkaar, waarbij het laagste deel van het oor op een lijn
staat met de buitenste ooghoek, waardoor de oren wanneer zij rechtop gedragen
worden, van de schedel lijken af te staan. Staan zij meestal rechtop dan zijn
de oren enigszins naar voren gericht, maar bij het werken worden zij meestal
naar achteren tegen de schedel gevouwen. Hoog op de schedel geplaatste oren
zijn een fout.
De hals is sterk en matig
gebogen.
De borst is sterk en diep;
de romp is sterk en stevig gebouwd, maar niet te kort in de lendenen. De rug is
recht en loopt langzaam naar de heupen af. De lendenen zijn goed gespierd en
niet te kort zodat zij een soepel, ritmisch gangwerk met een stuwende drijving
van de achterhand op geen enkele wijze hinderen. Lange lendenen die een rug
verzwakken zijn een fout. Overtollig gewicht is ongewenst.
De schouders zijn matig
schuin; de voorbenen zwaar van bot en sterk gespierd. Recht tot de
middenvoeten, die kort en sterk zijn en van opzij gezien bijna loodrecht. De
voeten zijn groot en stevig, de tenen strak aaneengesloten en goed gebogen, de
voetzolen dik en stevig, de nagels kort en sterk. Er moet een beschermende
haargroei tussen de tenen zijn. De achterbenen, inclusief de dijen, zijn breed
en krachtig gespierd; de kniegewrichten matig gebogen, brede, sterke
spronggewrichten, matig gebogen en goed laag.
Van achteren gezien mogen
de achterbenen niet de indruk maken dat de botten gebogen zijn, maar zij moeten
staan en bewegen in de lijn van de beweging van de voorbenen, en niet te nauw
of te wijd zijn. De benen van de Malamute moeten op buitengewone kracht en een
geweldig voortstuwend vermogen wijzen. Enige aanwijzing van unsoundness
in de benen of voeten, hetzij staande of bewegende, moet als een
ernstige fout worden beschouwd. Hubertusklauwen aan de achterbenen zijn
ongewenst, en moeten kort na de geboorte van de pups worden verwijderd.
De staart is niet laag of
hoog aangezet; bij de inplant volgt hij de lijn van de wervelkolom, hij is goed
behaard, en wordt over de rug gedragen wanneer de hond niet werkt. Niet vast gekruld
op de rug rustend, kort behaard of als een vossenstaart gedragen, maar meer
gelijk (als) een wuivende pluim.
De Malamute moet een dikke
stokharige bovenvacht hebben, niet te lang en te zacht. De vettige en wollige
ondervacht is zeer dicht ingeplant, 2,5 tot
De meest voorkomende
kleuren variëren van zilvergrijs tot zwart met de daartussen liggende kleuren
grijs. Altijd met wit op het onderlichaam, gedeelten van de benen, de voeten en
delen van de gezichtsaftekening. Gezichtsaftekening moet of kap en/of
maskerachtig zijn. Een witte bles op het voorhoofd en/of vlek in de nek is
aantrekkelijk en aanvaardbaar, maar verschillende tekeningen over het lichaam
in vlekken of onregelmatige vlekken is ongewenst. Men dient onderscheid te
maken tussen een mantelhond , en een
gevlekte hond. De enige eenkleurige Malamute die is toegestaan is de geheel
witte.
Er is een natuurlijke
variatie in afmeting bij dit ras. De gewenste verhouding tussen schouderhoogte
en gewicht voor de Malamute is;
Schouderhoogte Reuen
Gewicht 85
Am. ponden (=38,5 kg.) 75
Am. Ponden (=34 kg.)
De beoordeling van de
afmeting mag echter niet overheersen ten aanzien van type, verhouding en functionele
kenmerken, zoals schouderligging, borstdiepte, voeten en gangwerk. Wanneer
honden gelijk beoordeeld worden in type, lichaamsverhoudingen en functionele
kenmerken, moet echter de nadruk gegeven worden aan de hond die de bovenstaande
maten het best benaderd.
Bij het beoordelen van
Alaskan Malamutes moet boven alles rekening gehouden worden met hun
oorspronkelijke functie als sledehond voor zware vrachten. De keurmeester dient
er rekening mee te houden dat dit ras in eerste instantie bedoeld is als de
werkende hond van het Hoge Noorden, voor het trekken van zware vrachten. Daarom
moet hij zware botten hebben, krachtig gebouwd zijn, met een stevig lichaam, de
benen moeten sound zijn,
hij moet goede voeten hebben, een diepe borst, krachtige schouders, een
gelijkmatig, evenwichtig en onvermoeibaar gangwerk, en de verdere lichamelijke
kwaliteit die nodig is voor een doelmatige uitvoering van zijn werk.
Hij is geen race sledehond, die wedijvert in
snelheidswedstrijden met de kleinere noordelijke rassen. De Malamute is een
sledehond met kracht en uithoudingsvermogen voor het trekken van zware
vrachten. Iedere eigenschap, met inbegrip van temperament, die het volbrengen
van deze taak in de weg staat, moet als een ernstige fout gezien worden. Fouten
die hieronder vallen zijn;
Spreidvoeten, de minste
aanwijzing van unsoundness , of zwakte
in de benen, koehakken, zwakke polsen, rechte schouders, gebrekkige hoekingen,
stijf gangwerk of gangwerk dat niet vloeiend, sterk en regelmatig is, te iele
bouw, te weinig borstdiepte, logheid, een te licht beendergestel, slechte
algemene verhoudingen, etc.